Verdeling van de inboedel


De verdeling van de inboedel is voor de meeste scheidende partners een lastig item. Als eerste dient er bepaald te worden wat onder de inboedel valt, ten tweede wie wat krijgt en ten derde moet de waarde van de spullen bepaald worden. Onder de inboedel wordt verstaan: alles wat er in de woning, de schuur en garage, staat, ligt of hangt. De kleding van de partners wordt niet als inboedel gezien. Om een begin te maken met de verdeling van de inboedel kunnen de partners los van elkaar een lijst maken met spullen waaraan ze gehecht zijn of die ze mooi vinden. Daarnaast kunnen ze afspreken dat goederen, die gekregen zijn als verjaardagscadeau of goederen uit de familie, niet verdeeld worden maar toebehoren aan degene die ze gekregen heeft. Wanneer daar zaken van grote waarde bij zijn, kan er een afkoopbedrag vastgesteld worden. Na de eerste aanzet tot de verdeling van de inboedel blijven er spullen over die de partners alle twee wel zouden willen hebben. Probeer tot overeenstemming te komen en bedenk dat de ruzie over “de zwabber” niets met de zwabber te maken heeft maar met het feit dat je boos op elkaar bent over de scheiding. De spullen van de kinderen zijn van de kinderen. De kinderen kunnen en willen vaak zelf aangeven welke spullen en welk speelgoed bij welke ouder komt. Zowel in het huis van de moeder als van de vader zijn kinderslaapkamers nodig. Spreek af dat jullie samen voor die kosten opdraaien. Wanneer er kinderen betrokken zijn bij de scheiding bedenk dan dat het voor de kinderen prettig is dat er zowel in het huis van de vader als de moeder, voor de kinderen herkenbare spullen staan. Kinderen voelen zich dan eerder thuis in het nieuwe huis van de vader en/of moeder. 

1. Waardebepaling

Het bepalen van de waarde van de inboedel is een lastig karwei. Immers een bankstel van vijf jaar oud heeft eigenlijk geen waarde meer. Maar als er een ander of een nieuw bankstel aangeschaft moet worden, kost dat wel geld. Wanneer de inboedel daadwerkelijk wordt verdeeld kan bij het bepalen van de waarde uitgegaan worden van of een redelijke nieuwprijs of van een tweedehandsprijs. Wanneer één van de partners de gehele inboedel achterlaat, moet er een geheel nieuwe inrichting gekocht worden. Als prijsindicatie voor een nieuwe inrichting kan gebruik gemaakt worden van de prijzengids van het NIBUD. Wie van de partners daar welke bijdrage aanlevert, is afhankelijk van de staat van de inboedel van de voormalig echtelijke woning.Bijvoorbeeld: als er in de oude inboedel een wasmachine staat van tien jaar oud, lijkt het niet redelijk om een bijdrage van vijftig procent te vragen.

2. Herinrichtingskosten

Wanneer alles is verdeeld, kan blijken dat de ene partner meer spullen van waarde uit de inboedel heeft gekregen dan de andere partner. Hiervoor kan een uitkoopbedrag afgesproken worden. Wanneer er geen geld is om de partner uit te kopen, mag kan de alimentatieplichtige die bij de boedelverdeling onderbedeeld is, gedurende een afgesproken periode een afgesproken bedrag aan herinrichtingskosten opvoeren in de draagkracht-berekening waardoor er minder alimentatie betaald kan worden.

3. Verhuiskostenvergoeding

In het geval dat na de scheiding één van de partners in de voormalig echtelijke woning blijft wonen, is er een partner die moet verhuizen. De verhuizende partner heeft meer kosten dan degene die niet hoeft te verhuizen.Denk hierbij aan vloer- en raambekleding, behang- en schilderwerk, de inrichting van de tuin en dergelijke. Ter vergoeding hiervan kan er een bedrag aan verhuisvergoeding worden afgesproken. Wanneer er geen geld is, kan er een vergoeding in natura worden afgesproken, waarbij de één de ander helpt met klussen.

Bel vrijblijvend 085 - 401 7980 of vraag middels het onderstaande contactformulier een GRATIS informatiegesprek aan.