Wist u dat?


Kinderen kunnen na verloop van tijd goed omgaan met de scheiding van hun ouders. 

De allerbelangrijkste voorwaarde is echter dat ouders kinderen niet belasten met hun gevoelens van boosheid en verdriet.

Een ouderschapsplan gaat niet over rechten maar over verantwoordelijkheden.

Goed ouderschap is geen wedstrijd. Als je gesprekken gaat voeren over de invulling van het ouderschapsplan bedenk dan het volgende: Het is belangrijker je af te vragen hoe jullie denken die gesprekken te gaan voeren dan wat er allemaal besloten moet gaan worden.

Zou het voor kinderen anders zijn dan wanneer ouders niet zouden scheiden? Absoluut. Ze zijn per definitie slechter af? NEE, zeker niet.

Goed communiceren na een scheiding is voor de meeste ouders het moeilijkste wat er is. Sommigen gaan `als vrienden uit elkaar’, waardoor vaak allerlei dubbele gevoelens blijven bestaan. Andere ouders hebben er moeite mee om hun boosheid te beheersen. Het is voor ouders goed als zij leren om vooral de belangen van hun kinderen voorop te stellen in de communicatie en die vooral niet te verwarren met hun eigen, persoonlijke emoties.

Het ontvangen van kinderalimentatie heeft geen fiscale gevolgen, het betalen van kinderalimentatie kan onder bepaalde voorwaarden een aftrekpost zijn voor een vast bedrag per maand.

Als ouder ben je aansprakelijk voor acties van kinderen tot 14 jaar en in sommige gevallen ook nog voor acties van 14 en 15 jarigen. 16 en 17 jarigen zijn in de eerste plaats zelf aansprakelijk en ouders in de tweede plaats.

Regel na de scheiding ieder afzonderlijk van elkaar een WA-verzekering voor je kind. Kinderen vanaf 14 jaar kunnen zelf aansprakelijk worden gesteld en hiervoor is de dekking op de polis van de ouders dus onvoldoende.

School heeft de wettelijke verplichting om beide ouders te voorzien van informatie over de schoolontwikkeling van het kind. Verstrekking van die informatie aan een ouder die niet belast is met het gezag vindt alleen plaats als die ouder daartoe verzoekt. Het moet dan om concrete vragen over het kind gaan.

Een contract- en omgangsregeling moet altijd rekening houden met de leeftijd van een kind. Voor de wet bestaat er geen standaardregeling. Ook niet een veertiendaagse weekendregeling, die veel (nog te veel) wordt toegepast. Zeker bij kleine kinderen hoort niet de agenda van ouders het uitgangspunt te zijn, maar veel meer de ontwikkelingsfase van het kind.

Voor een baby is het gerustellend als vader hem thuis bij moeder komt bezoeken, hoewel hij ook makkelijk wennen kan aan verschillende omgevingen. De realiteit is jammergenoeg dat het voor ouders vanwege de spanningen niet makkelijk is om dat zo te doen.

Gedurende het eerste levensjaar van je kind tot een maand of 18 is het goed om in de eerste plaats de hechting met de primaire hechtingsfiguur (vrijwel altijd de moeder) te ondersteunen.

Daarnaast is het belangrijk om de rol van de secondaire hechtingsfiguur (meestal is dat de vader) te ontwikkelen en vorm te geven.

De meeste kinderen van de leeftijd van 18 maanden tot 3 jaar hebben zich gehecht aan beide ouders. Het kan voor een kindje gevoelens van angst oproepen als hij te lang de ene of de andere ouder niet ziet.

School is een nieuwe en belangrijke plek voor je kind. De juffrouw of meester kan een waardevolle vertrouwenspersoon voor je kleuter zijn. In een periode van scheiden is hij of zij voor kinderen vaak erg belangrijk.

Je kind tussen de 6 en 9 jaar is in deze levensfase in staat om woorden te vinden voor zijn gevoelens, maar hij/zij kan die gevoelens nog niet altijd beheersen. Cognitief maakt hij/zij een belangrijke ontwikkeling door. Hij/zij leert bijvoorbeeld lezen en schrijven. Hij/zij begrijpt, dat het leven ingewikkeld is, maar kan nog niet goed met die ingewikkeldheid omgaan.

Een kind in de leeftijd van 6 tot 9 jaar heeft de neiging om zijn ouders te hulp te schieten als zij het moeilijk hebben. Dat geeft hem/haar het gevoel dat hij/zij belangrijk is en dat zijn ouders van hem/haar houden. Ga daar niet in mee en maak geen `kleine volwasse’ van hem/haar, want dat is hij/zij niet.

Ook al zijn spanningen tussen ouders soms heel groot, toch kan een vader en een moeder afzonderlijk van elkaar erg belangrijk zijn voor een kind. Voorwaarde is wel dat hun kind strikt ontzien wordt en niet gebruikt mag worden in hun ouderlijke strijd.

Kinderen van 13 tot 18 jaar (adolescenten) zijn het algemeen vooral gericht op hun onafhankelijkheid. Meer dan op het gezinsleven. Ze vinden het vaak prettig om één vaste woonomgeving te hebben en niet vaak te switchen. Meestal hebben ze er geen moeite mee om definitief bij de ene of de andere ouder te gaan wonen en van hoofdverblijfplaats te wisselen, als hun dat zo uit komt.

Bel vrijblijvend 085 - 401 7980 of vraag middels het onderstaande contactformulier een GRATIS informatiegesprek aan.


Bekijk onze privacyverklaring.