bijdrage in de kosten

Alimentatie

Alimentatie is de bijdrage in de kosten na een scheiding. Hebben jullie kinderen, dan is kinderalimentatie altijd aan de orde: beide ouders blijven verplicht om mee te betalen aan de kosten van de kinderen. Partneralimentatie is iets anders. Dat speelt alleen als je getrouwd was of een geregistreerd partnerschap had én één van jullie na de scheiding niet genoeg inkomen heeft om van te leven, terwijl de ander wél kan bijdragen. Woonde je samen zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap, dan is partneralimentatie niet verplicht (tenzij jullie dit expliciet in een samenlevingscontract hebben afgesproken).

Jullie maken in eerste instantie samen afspraken over de bedragen en leggen die vast in een ouderschapsplan en/of convenant. Lukt dat niet, dan kan de rechter de alimentatie vaststellen. Op deze pagina lees je hoe alimentatie in hoofdlijnen wordt berekend, wat hierbij belangijk is zoals belasting en toeslagen (Belastingdienst.nl / Toeslagen.nl), indexering en wat je kunt doen als er niet betaald wordt (LBIO.nl). Wil je direct een officiële alimentatieberekening laten maken om de hoogte van de alimentatie vast te laten stellen, neem dan contact met ons op.

Alimentatie berekenen en aanvragen

Een alimentatiebedrag is pas echt bruikbaar als het is gebaseerd op een goede berekening. Je kijkt dan naar drie dingen: wat zijn de kosten (en dus de behoefte), wat is ieders draagkracht en hoe is de zorg verdeeld. Zeker bij scheiden verandert er veel tegelijk: twee huishoudens, andere woonlasten, soms toeslagen die verschuiven en soms ook een andere werk- en zorgverdeling. Daarom werkt “even een bedrag afspreken” in de praktijk vaak niet: het moet kloppen op papier én haalbaar zijn in het dagelijks leven.

Kinderalimentatie: ook bij co-ouderschap

Als ouders blijf je samen financieel verantwoordelijk voor je kinderen. Kinderalimentatie is bedoeld voor de kosten van verzorging en opvoeding. Die verplichting loopt in principe door tot je kind 21 jaar is. Wordt je kind 18, dan verandert er vooral iets in de praktijk: de bijdrage is dan in principe voor je kind zelf (en niet meer automatisch voor de andere ouder). Het is verstandig om rond die leeftijd opnieuw afspraken te maken over wie wat betaalt, zeker als er studiekosten of een eigen inkomen van je kind meespelen.

Co-ouderschap betekent niet automatisch dat er geen kinderalimentatie nodig is. Ook als de zorg ongeveer 50/50 verdeeld is, kan er nog steeds een bijdrage nodig zijn, bijvoorbeeld omdat de inkomens niet gelijk zijn of omdat bepaalde kosten niet vanzelf “in het midden” uitkomen.

Hoe kinderalimentatie in hoofdlijnen wordt berekend

De berekening begint meestal bij de kosten van de kinderen: wat kost een kind gemiddeld, passend bij het gezinsinkomen van vóór de scheiding? In Nederland wordt daarbij gewerkt met tabellen die gebaseerd zijn op Nibud/CBS-gegevens. Die tabellen geven richting: ze zeggen iets over gemiddelde kindkosten bij een bepaald inkomensniveau. Daarna komt het belangrijkste deel: wie kan welk deel van die kosten dragen?

Vervolgens kijk je naar ieders draagkracht (wat kan ieder bijdragen, rekening houdend met noodzakelijke lasten) en naar de zorgverdeling. Heeft de ouder bij wie de kinderen niet het hoofdverblijf hebben ook structureel zorgdagen, dan wordt daar in de berekening rekening mee gehouden via een zorgkorting: wie kinderen verzorgt, maakt ook kosten. Als er samen voldoende draagkracht is, kan die zorgkorting netjes worden verwerkt. Is er te weinig draagkracht om alle kosten te dekken, dan kan dat effect beperken; je kunt immers geen “korting” verdelen over geld dat er niet is.

Tot slot is het verstandig om afspraken te maken over kosten die anders discussie geven, zoals schoolkosten, sport, kinderopvang, een bril/orthodontie of grote uitgaven die niet elke maand terugkomen. Hoe duidelijker je dit vooraf opschrijft, hoe minder gedoe achteraf.

Partneralimentatie: wanneer, hoe lang en wanneer stopt het?

Partneralimentatie kan aan de orde zijn als één partner na de scheiding niet genoeg inkomen heeft om zelf rond te komen en de andere partner draagkracht heeft om bij te dragen. Dit speelt vooral bij huwelijk of geregistreerd partnerschap. De berekening is maatwerk: behoefte en draagkracht staan centraal, en er wordt ook gekeken naar wat je redelijkerwijs van iemand mag verwachten aan eigen verdiencapaciteit.

De duur is sinds 2020 in de basis beperkt. In grote lijnen geldt: partneralimentatie duurt meestal maximaal vijf jaar. Was het huwelijk korter dan tien jaar, dan is de duur vaak korter (meestal de helft van de huwelijksduur).

Op de hoofdregel bestaan uitzonderingen, bijvoorbeeld als jullie samen kinderen hebben (dan kan het langer doorlopen, grofweg tot het jongste kind 12 jaar is) en bij langdurige huwelijken waarbij de ontvanger dicht bij de AOW-leeftijd zit. Partneralimentatie stopt in ieder geval als de ontvanger hertrouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenwonen alsof men getrouwd is.

Verandert er iets wezenlijks — inkomen omlaag/omhoog, nieuwe partner, gewijzigde zorgregeling — dan kan herziening aan de orde zijn. Onderling overleg is meestal sneller en goedkoper dan procederen, maar het moet wel goed onderbouwd en uitvoerbaar blijven.

Fiscale gevolgen van scheiden en alimentatie

Na de scheiding ben je voor de Belastingdienst in principe geen fiscale partner meer van je ex. Dat kan direct invloed hebben op je belastingaangifte, aftrekposten, heffingskortingen en op toeslagen. In het scheidingsjaar kan fiscaal partnerschap soms nog (deels) een rol spelen; dat is afhankelijk van jullie situatie en timing.

Alimentatie heeft ook zelf fiscale gevolgen. Kinderalimentatie is in de regel niet aftrekbaar voor de betaler en niet belast voor de ontvanger. Partneralimentatie werkt anders: die is voor de ontvanger in de regel belastbaar inkomen en voor de betaler in veel situaties aftrekbaar. Dat kan ook doorwerken in toeslagen, omdat je toetsingsinkomen verandert. Juist daarom loont het om afspraken niet alleen “netto” te bekijken, maar ook te snappen wat het fiscaal doet.

Indexering: het bedrag stijgt meestal elk jaar

Alimentatiebedragen worden in principe ieder jaar aangepast met het wettelijke indexeringspercentage. Dat gebeurt automatisch op basis van de wet, tenzij jullie indexering in het convenant geldig hebben uitgesloten of de rechter iets anders heeft bepaald. In de praktijk gaat het vaak mis omdat niemand het bijhoudt: de betaler betaalt jaren hetzelfde en de ontvanger ontdekt later dat er een achterstand is opgebouwd. Daarom is het verstandig om dit elk jaar bewust te checken en het nieuwe bedrag tijdig te communiceren.

Als je ex niet betaalt

Als er een alimentatieafspraak is vastgelegd en de betaling blijft uit, kun je hulp inschakelen bij de inning. In Nederland kan het LBIO daarbij een belangrijke rol spelen. Wacht hier niet te lang mee: hoe langer achterstanden oplopen, hoe ingewikkelder het wordt in de uitvoering (en hoe groter de stress).

Toeslagen, huur en inkomen: wat als je na de scheiding krap zit?

Alimentatie is maar één onderdeel van het financiële plaatje. Na een scheiding zie je vaak dat woonlasten per persoon stijgen en dat het besteedbaar inkomen daalt, zelfs als er alimentatie wordt betaald. Juist dan maken toeslagen en regelingen soms het verschil tussen “net wel” en “net niet”. Denk aan zorgtoeslag, huurtoeslag en het kindgebonden budget. Maak daarom altijd een nieuwe begroting alsof je al apart woont: wat komt er binnen, wat gaat er uit, en waar zit de ruimte of juist het tekort?

Risico’s die vaak vergeten worden: overlijden en ondernemer

Als alimentatie een groot deel van het inkomen is, kan het wegvallen ervan grote gevolgen hebben. Bij overlijden van de alimentatieplichtige stopt de betaling. Je kunt dat risico soms afdekken (bijvoorbeeld met een verzekering/voorziening die aansluit op bedrag en looptijd), maar dit is maatwerk: het hangt af van jullie afspraken, spaargeld, nabestaandenpensioen en de rest van het financiële plaatje.

Ben je ondernemer of is er een eigen bedrijf, dan vraagt alimentatie extra aandacht. Inkomsten kunnen schommelen, jaarcijfers lopen achter, en “winst” is niet altijd hetzelfde als geld dat privé beschikbaar is. Juist dan is een goede onderbouwing en doorrekening essentieel, eventueel samen met een accountant en fiscalist.

Werk en scheiden: praktische gevolgen die doorwerken

Scheiden beïnvloedt vaak ook werk: je belastingsituatie wijzigt, je hebt soms flexibiliteit nodig en je beschikbaarheid verandert door de kinderen. Het kan verstandig zijn je werkgever tijdig te informeren, ook omdat veranderingen in loonheffingen en gegevens in de salarisadministratie moeten kloppen. Heb je kinderen, dan zijn verlofregelingen relevant als je kind ziek is of als er zorg nodig is.

Meer weten?

Wilt u weten of mediation bij uw situatie past? Neem contact op voor een vrijblijvend informatiegesprek.